Interview met docent tekenen en vakdidactiek Oskar Maarleveld

Op vrijdag 26 mei had ik een gesprek met Oskar Maarleveld, seniordocent vakdidactiek aan de Breitner academie en docent tekenen, ckv en theater aan het Fons Vitae Lyceum.

Oskar Maarleveld

Ik heb drie jaar samen met Oskar op het Fons Vitae les gegeven en gezien hoe hij (ook in eerste instantie ongemotiveerde) leerlingen aan het tekenen kreeg. Ik vertelde hem over mijn onderzoek en vroeg hem waarom tekenen volgens hem een goede manier is om te communiceren:

Het is een misvatting dat tekenen een vaardigheid is waar je goed of slecht in bent. Sommige vaardigheden vragen natuurlijk om oefening zoals heel goed naar de waarneming kunnen tekenen, maar dat is echt iets anders dan wanneer je tekent om een boodschap over te brengen of als manier om jezelf uit te drukken. Om dat laatste te kunnen doen, moet je je vrij voelen om je eigen beelden te vinden en niet te veel bezig zijn met of het wel klopt. Ik ben zelf bijvoorbeeld helemaal niet goed in Pictionary omdat ik wil dat het een mooie tekening of een handige visuele oplossing wordt. Kleine kinderen zijn juist vaak heel goed in communiceren met beeld omdat ze nog vrij zijn en niet aan verwachtingen proberen te voldoen. Dat levert dan misschien niet altijd een interessante tekening op, maar dat is dan ook niet de hoofdzaak. In mijn beeldende lessen laat ik leerlingen vaak vrij ‘droedelen’ of tekenen. Ik wil ze hiermee laten inzien dat ze het puur als manier om iets te onderzoeken kunnen zien in plaats van als een ‘af’ product. Als manier om iets voor jezelf zichtbaar te maken en het vervolgens meteen als onderwerp van gesprek te kunnen gebruiken.

Tekenen is heel direct terwijl er bij bijvoorbeeld fotografie nog een stap tussen zit. Als je met je telefoon een foto maakt, kan je nu ook heel gemakkelijk een filter over de foto heen zetten. Het resultaat is dan al ‘af’ en vaak heel algemeen terwijl tekenen specifiek, uniek en onaf kan zijn. Ook toon je door te tekenen je handschrift en dat is voor iedereen heel persoonlijk. Ik geloof ook dat als kinderen en volwassenen het tekenen als hardop denken zien, het echt nieuwe inzichten kan opleveren. Tekenen helpt bijvoorbeeld vaak in vergaderingen met collega’s al om helder en concreet te krijgen wat mensen voor zich zien. Taal lijkt al snel de lading te dekken maar heel vaak is dat niet het geval.

Ik zoek zelf nog naar een goede manier om mensen die niet speciaal goed zijn in tekenen toch (hun associaties en herinneringen) te laten tekenen. De dag na het interview zal ik een workshop geven aan een groep mensen. Tijdens deze workshop gaan zij hun herinneringen aan een bruidspaar tekenen. Het eindresultaat wil ik vervolgens in een boekje samenbundelen en aan het bruidspaar aanbieden. Voor deze workshop heb ik materiaal ontwikkeld en ik ben benieuwd wat Oskar daarvan vindt:

Wat ik heel sterk vind aan jouw materiaal is dat het er aantrekkelijk uitziet. Het is heel verzorgd en op mooi papier gedrukt. Als je iets op een verzorgde manier brengt en aandacht geeft, zie je dat altijd terug in de manier waarop men ermee aan de slag gaat. Ik vind het ook interessant dat je meerdere tools (inspiratievel 1 en 2) aanbiedt. Het zou kunnen dat inspiratievel 1 te veel een invuloefening wordt. Inspiratievel 2 daagt misschien meer uit om zelf oplossingen te bedenken.

Mijn eerste ontwerp voor inspiratievel 1. Mensen mogen dit gebruiken bij het tekenen van hun herinnering.
Mijn eerste ontwerp voor inspiratievel 2.

In de Volkskrant heb je de rubriek ‘Aanzet tot droedelen’. Dat werkt ontzettend goed omdat er een voorzet gegeven wordt dus men hoeft niet met een blanco vel te beginnen. Tegelijkertijd is de aanzet zo abstract dat het nog van alles zou kunnen worden. Dat doet Studio Moniker met ‘Conditional design’ ook heel goed. Er worden regels opgelegd waarbinnen je je vrijheid kan opzoeken.

Aanzet tot droedelen, wekelijkse rubriek van Kees Hagt in de Volkskrant.
Uit het Conditional Design Workbook. Conditional Design is een design methode geformuleerd door grafisch ontwerpers Luna Maurer, Jonathan Puckey, Roel Wouters en kunstenaar Edo Paulus waarbij de focus op het proces ligt in plaats van op het eindproduct. https://www.conditionaldesign.org/

Wat ik je zou aanraden is om de deelnemers in de warming up niet iets na te laten tekenen maar juist een meer ‘open’ opdracht te geven, zodat je ze kan laten zien wat ze allemaal met een bepaalde vorm kunnen doen. Het doel is dat je, aan de hand van zo’n tekening, iets zichtbaar maakt voor de ander en dat er een gesprek ontstaat.

Een door Oskar getekend voorbeeld waarin een cirkel op drie verschillende manieren gebruikt wordt. Door dit bij de warming up aan mensen te laten zien, snappen dat ze hun eigen invulling mogen geven.

Mensen willen in eerste instantie altijd voldoen aan de verwachtingen en op het moment dat ze ervaren dat het juist de bedoeling is dat ze er op hun eigen manier mee omgaan, ontstaat er creativiteit. Ik geloof dat uiteindelijk iedereen gemotiveerd kan zijn om te tekenen zolang het maar duidelijk is dat het er niet om gaat hoe goed of mooi de tekening wordt. Het gaat erom dat ze met hun tekening iets duidelijk kunnen maken.

Oskar gaf een voorbeeld door op drie manieren ‘een moeilijke periode’ te tekenen.

Het doel van mijn ontwerp wordt inderdaad dat mensen met elkaar over zichzelf communiceren door middel van tekeningen. Toch is het de bedoeling dat er aan het eind van ‘het spel’ een eindproduct ontstaat waar ze blij mee zijn en waar ze later nog naar terug kunnen kijken. Toen ik zelf tekenles gaf, viel het me op dat de meeste mensen pas blij zijn met een tekening als die op de werkelijkheid lijkt. Het kan lastig zijn om mensen trots te laten zijn op dat wat ze gemaakt hebben. Ik vroeg Oskar hoe hij daar in zijn lessen mee omgaat:

Het is volgens mij dus heel goed om beperkingen op te leggen, zoals onder andere Conditonal design doet. Je bent dan al sneller trots omdat je het voor elkaar gekregen hebt die beperkingen te omzeilen.

Uit het Conditional Design Workbook. https://workbook.conditionaldesign.org/

Die beperkingen kunnen in van alles zitten, bijvoorbeeld in het materiaal, kleur of formaat. Als je bij de toelating aan aankomende studenten vraagt iets over zichzelf te vertellen in beeld en zegt ‘hier ligt het materiaal’, krijg je vaak een heel saai en niet-creatief eindresultaat want alles is mogelijk. Als je aan aankomende studenten vraagt iets over zichzelf te vertellen in beeld en zegt ‘hier ligt het materiaal en het mag niet groter zijn dan 10 x 10 cm’, dan gebeurt er iets. Wat ik in mijn lessen ook vaak doe, is dat ik met hun eindresultaat iets extreems doe. Ik laat ze een hele kleine tekening bijvoorbeeld enorm uitvergroten of zet het werk in een andere context, bijvoorbeeld in een mini-museumpje, of ik plaats ze in een andere omgeving zoals jij doet met de elementen in je Levenslandschappen.

Portretten die leerlingen op het Fons Vitae van elkaar getekend hebben, uitvergroot op de muur. Bron: https://fonsvitaekunst.wordpress.com/
Een door Oskar getekend mini-museumpje: een project op het Fons Vitae waarbij leerlingen afbeeldingen op transparante platen hadden geplakt. Deze platen konden vervolgens op allerlei manieren voor en achter elkaar gezet worden.
Mijn eerste Levenslandschap. Een portret van een persoon aan de hand van de herinneringen van anderen.

Dan zien ze dat hun tekening niet alleen maar een krabbeltje hoeft te zijn en kunnen ze het meer op waarde schatten. Het gaat erom dat ze die tekening eer aandoen. Dat is eigenlijk ook wat jij wil, toch? Dat ze hun herinneringen eer aandoen, een plaats geven, door ze te tekenen. Eigenlijk zit het hem vooral in de aandacht die iets krijgt. Een tekening ergens onderin een wiskundeschriftje is toch maar een tekening. Maar als de tekening met aandacht, of vanuit noodzaak gemaakt is, tijdens een workshop of spel en als het vervolgens ook van anderen de aandacht krijgt die het verdient, zullen mensen er zelf veel eerder trots op zijn. In de allereerste vormen van tekenonderwijs leerde je bijvoorbeeld stapsgewijs een eend te tekenen. Als je alle stappen volgt, heb je gegarandeerd een succesbeleving maar dan heb je uiteindelijk bar weinig ontdekt of onderzocht en dat is dus vanuit een heel ander perspectief en een andere gedachte dan waarom jij mensen wil laten tekenen.

En dat vind ik ook heel interessant aan hoe jij begon met je onderzoek en waar je nu bent. In deze tijd zie je dat je aandacht op allerlei manieren getrokken wordt door je mobiele telefoon, iPad, Instagram en Snapchat. Maar getrokken aandacht is geen gerichte aandacht. Gerichte aandacht is actief en autonoom. Leren om je te focussen is belangrijker dan ooit geworden en tekenen zorgt er juist voor dat je je aandacht ergens actief op richt waardoor je iets zichtbaar maakt, ook voor jezelf. Ik merk dat leerlingen bij ons op het Fons Vitae (we hebben inmiddels een iPadschool) steeds vaker vragen of ze ook papier mogen gebruiken. We zijn inmiddels zo gewend dat het apparaat overal tussen zit maar mensen missen het tastbare, het persoonlijke handschrift. In iMessage kan je sinds kort ook iets met de hand schrijven. Dat is niet voor niets en het is heel wat anders dan een voorgebakken smiley. Mensen hebben juist weer behoefte aan het persoonlijke van een handgeschreven boodschap.

Handgeschreven bericht in iMessage.

Ik vertel Oskar over hoe ik in mijn ontwerp elementen uit de narratieve psychologie gebruik en vraag hem wat hij daarvan vindt:

Ik heb zelf op de vrije school gezeten, mijn vrouw geeft daar nu les en mijn zus heeft creatieve therapie gestudeerd. Ik geloof absoluut in de waarde van dat type onderwijs waar ook gekeken wordt naar de ‘innerlijke wereld’ achter het werk, alleen vind ik dat je wel moet uitkijken met te snel psychologiseren. Toen ik nog op school zat, moest je bijvoorbeeld een boom tekenen. Als je een boom zonder bladeren tekende, was je niet gelukkig en een boom zonder wortels betekende dat je je niet gehecht had. Het zou af en toe best kunnen kloppen maar het is geen absolute waarheid. Eigenlijk moet je zo’n tekening aandacht geven zonder dat er een conclusie aanhangt. Het gaat puur om iets zichtbaar maken maar alleen als constatering en niet als oordeel. Het is natuurlijk wel heel interessant om naar te kijken. Welke kleuren kiest iemand? Hoe vertaalt de een bepaalde muziek naar beeld en hoe doet de ander dat? Die eigenheid kan beeld wel in zich hebben en blootleggen. Als twee mensen die nooit tekenen, gaan tekenen, stellen ze zich kwetsbaar op en dat zorgt al meteen voor betere communicatie. De setting is dan veel meer op uitwisseling gericht. Dat snapt Studio Moniker met hun Conditional design ook heel goed: je zit met zijn drieëen om een tafel heen en om de beurt moet je iets tekenen. Dan ontstaat er vanzelf iets tussen die mensen.

Oskar gaf me tijdens ons gesprek nog een heleboel meer nuttige voorbeelden en visuele referenties. Hieronder een overzicht.

Om mensen tot tekenen aan te zetten:

Creatief met vingerafdrukken: door een vingerafdruk als uitgangspunt te nemen, heb je al iets waar je je toe kunt verhouden. Net als bij het droedelen of een heel goed getekend structuurtje. Daar zit al aandacht in die je er vervolgens dan zelf ook aan kan geven.

Modulaire stempelset: bouwstenen waarmee je zelf creatief kan zijn.

https://www.dreamkey.nl
Saul Steinberg, Untitled, 1951. Fingerprints and ink on paper, 11 x 8 ½ in. Collection of Daniela Roman.

Wreck this journal: experiment en mislukking is het hoofddoel. Tegelijkertijd is het boekje wel heel mooi en aantrekkelijk, waardoor je zin krijgt er iets mee te doen.

Wreck this journal – Kerri Smith

Taking a line for a walk, assignments in design education: een boek vol met design opdrachten die veel ruimte laten voor eigen invulling.

Taking a line for a walk, assignments in design education – Nina Paim, Corinne Gisel en Emilia Bergmark

 

Van tekening naar eindresultaat:

Saul Steinberg ‘The line’: een hele lange tekening met een rechte lijn die steeds een andere betekenis krijgt. Een hele geschikte manier om meerdere tekeningen met elkaar te verbinden.

saulsteinbergfoundation.org

Calqueerpapier: semi-transparant papier waar je op kunt tekenen. Dat levert een interessant effect als je meerdere vellen over elkaar heen legt. Zo kan je bijvoorbeeld ook de achtergrond laten meewerken.

Calqueerpapier. https://www.ecocrea.be

Algemeen:

Google quick draw: Google heeft dit net uitgebracht. Het is een spel waarbij je telkens moet tekenen wat er gevraagd wordt. Aan het einde zie je ook alle andere tekeningen die mensen bij dezelfde vragen getekend hebben. Er is, heel slim van Google, een database waarin het allemaal wordt opgeslagen. Ze gebruiken dit zodat de computer steeds beter ook getekende taal kan begrijpen. Het laat ook zien dat het onderwerp ‘tekenen’ leeft, ook in de digitale wereld.

Katten getekend door verschillende mensen.

Michel Gondry: baseert al zijn videoclips op de intense herinneringen die hij als kind had.

Videostill uit de videoclip ‘Around the world’ door Michael Gondry.

 

Oskar Maarleveld – Biënnale 5.  Meer ‘dagelijkse tekeningen’ van Oskar zijn te vinden op: oskarmaarleveld.nl

 

Oskar heeft me, naast heel veel voorbeelden en methoden om mensen tot tekenen aan te zetten, ook een duidelijker onderbouwing gegeven voor het belang van het tekenen. Hij ziet een duidelijk verschil tussen gerichte aandacht en getrokken aandacht. Ook is hij ervan overtuigd dat uiteindelijk iedereen plezier zou kunnen hebben in het tekenen. Daar was ik zelf niet helemaal zeker van, dus dat vind ik heel fijn om te horen. Mijn volgende stap is nu om te kijken of ik met zijn tips mensen makkelijker kan laten tekenen. Ook wil ik me de komende tijd richten op spelelementen. Door het interview met Oskar denk ik nu bovendien dat (spel)regels er niet alleen voor zorgen dat het spel leuk is om te spelen, maar ook dat dat mensen beperkingen ervaren waardoor ze juist gemakkelijker tot tekenen overgaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren